Passo di Gavia 1988

Exact twintig jaar geleden dat deze legendarische bergpas in een heuse sneeuwstorm beklommen werd. De beelden van toen blijven memorabel. Vooral Johan Van der velde – in het filmpje in paarse trui – zag zich deze dag nog goed herinneren. Beneden viel hij aan en ontdeed hij zich van regenjas en armstukken. Na enkele kilometers afdalen in de sneeuw was hij totaal verkleumd en moest hij een halfuur bijkomen in een volgwagen. De Italianen eerden hem met de titel “L’uomo di Gavia”.

Zaterdagmorgen 24 maart 2001 op de piazza San Ambroggio, vlak voor de start van Milaan-San Remo, klampt een oudere Italiaan hem aan en roept enthousiast: ‘Ecco, uomo di Gavia!’ Dat moet toch wat zijn, na dertien jaar herkend te worden als de ‘man van de Gavia’. Hoeveel mythischer kan een mens worden?

Er mag een hoop zijn misgegaan met Johan van der Velde, maar wie een dergelijke status heeft bereikt, is geslaagd in het leven. De Uomo di Gavia wordt geboren op 5 juni 1988 in de veertiende etappe van de Ronde van Italië. De start is in Chiesa Valmalenco, de finish is in Bormio en wat er in de tussenliggende honderdtwintig kilometer gebeurt, staat in menig wielergeheugen gegrift. Een grotere lijdensweg is er in de afgelopen decennia zelden afgelegd op een rijwiel. Nederlandse liefhebbers associëren de etappe over de 2621 meter hoge Passo di Gavia vooral met Erik Breukink, de grote winnaar immers die dag. Ploeterend naar boven, glibberend naar beneden en dan die aankomstfoto: de vingers als tien omgekeerde ijspegels in de lucht gestoken en een verkrampte grimas die blijdschap moet uitdrukken.

De ontberingen die Breukink op 5 juni doorstaat, lijken bovendien zijn mooiste zege in te luiden. Daarna staat hij slechts vijftien seconden achter roze-truidrager Hampsten in het klassement. Met nog twee tijdritten voor de boeg en de steun van Winnen en Nulens lijkt Breukink zowaar op weg de eerste Nederlandse Giro-winnaar te worden. Het mag niet zo zijn. In een van die tijdritten, een klim van achttien kilometer naar Valico del Vetriolo, neemt de Amerikaan Andy Hampsten juist ruim afstand van Breukink, die de Giro beëindigt met één minuut driekwart achterstand op de roze trui. De Italianen herinneren zich vooral het barbaarse drama van die rit, en daarin is Johan van der Velde de tragische held van het verhaal. In het paarse shirtje van de beste sprinter arriveert hij als eerste boven op de Gavia: blote armen, blote benen en een verijsd pakketje sneeuw op zijn hoofd. Hij is op weg naar eeuwige roem, zo lijkt het. Maar daarna verdwijnt Johan van der Velde spoorloos in de witte wereld om er 46 minuten en 49 seconden na ritwinnaar Breukink geheel ontredderd weer uit te voorschijn te komen. Reconstructie van een zomerdag in de Dolomieten: Bij de start, ’s morgens in Chiesa Valmalenco, is het al behoorlijk fris. Verzorger Giuseppe Parolini heeft Johan van der Velde gezegd zich flink aan te kleden, niet alleen omdat het al koud is, maar vooral vanwege de Gavia en het onberekenbare weer op die hoogte. Men verwacht sneeuw en temperaturen onder nul.

Het belooft dus een dag te worden om alleen maar te overleven. Voor de Gis-ploeg is de Giro tot dan toe niet geweldig verlopen. Van der Velde rijdt weliswaar in het paars van de punten, maar dat is tegen die tijd al een beetje normaal geworden.
Al in de aanloop naar de klim keert Van der Velde het peloton zijn rug toe. Het is droog geworden en het klaart zowaar een beetje op. Mooi weer voor een stuntje.
In de eerste kilometers ontdoet Van der Velde zich van alle extra kleding. Het zal best bar en boos zijn daarboven, maar van klimmen wordt een mens vanzelf warm en voor de afdaling zal Parolini boven op de Gavia wel wat klaar hebben liggen. Johan geeft jack, muts en extra handschoenen aan de motoragent die hem begeleidt. Het gaat lekker. Hij achterhaalt eerst Teun van Vliet, Podenzana en Ghirotto, die net voor hem waren gedemarreerd. Even later heeft hij ook al Joho en Pagnin, de twee vluchters van het eerste uur, te pakken. Het begint weer te regenen en het wordt snel kouder. Asfalt verdwijnt onder modder. Baggerend begint Johan van der Velde, als eenendertigjarige niet meer zo druistig als in zijn beginjaren, te twijfelen aan het heil van zijn expeditie. Hij snijdt een thema aan waarvan wielrenners zichzelf verre moeten houden: dit kunnen ze ons toch niet aandoen?!

Regen wordt sneeuw, modder wordt grind, grind wordt ook sneeuw en koud wordt koudst. Johan van der Velde weet niet meer hoe hij het heeft. ‘Ik zat te schokken op de fiets en mijn handen leken wel bevroren.’ Zo komt hij als eerste boven op de Gavia: een paars bibberspook in bevroren mist.

Giuseppe Parolini heeft zijn auto net voorbij de top geparkeerd en via de koersradio vernomen dat Johan van der Velde op kop ligt. Vanwege de half verharde weg en de risico’s op lekke banden staat Parolini met een paar extra wielen langs de kant. In een plastic tas heeft hij warme kleren voor de koploper. Veel te laat onderscheidt Parolini het paars in het wit. Hij roept naar Johan, hij schreeuwt naar Johan, hij smeekt hem te stoppen. Maar Johan van der Velde ziet, voelt en hoort niets meer.

Vele jaren later vindt Parolini dat nog altijd eeuwig zonde. ‘Als hij daar een minuutje was gestopt, een wijntje had gedronken en iets warms had aangedaan, was hij eerste geworden. Johan had die dag geschiedenis kunnen schrijven.’ Nu begint Van der Velde verkleumd en moederziel alleen aan de afdaling. Ploegleider Valdemaro Bartolozzi rijdt achter Giovanetti aan. Na een paar kilometer dalen, stelt Van der Velde vast dat het zo niet langer gaat. Met dat schokkende lijf is er zelfs voor hem geen eer te behalen aan deze afdaling. Hij knijpt in zijn remmen en krijgt van koersdirecteur Torriani een jack en een paar handschoenen aangereikt. Maar het is al te laat. De kou zit in zijn botten en verlamt zijn spieren. Elke bocht wordt een hels karwei. Breukink en Hampsten komen langs, even later gevolgd door Giovanetti en Franco Chioccioli. Parolini is weer in de auto gestapt en sukkelt naar beneden, luisterend naar de koersberichten. Taal noch teken van Johan van der Velde. ‘Alsof-ie van de aarde verdwenen was.’ Wanneer hij de auto even verderop neerzet, in afwachting van andere Gis-renners, komt er iemand op hem af en vraagt of hij de verzorger is van Johan van der Velde. De man vertelt dat Johan even verderop in een busje zit. Parolini gaat er meteen op af.

nadat nog meer wielrenners hem gepasseerd zijn, heeft Van der Velde vastgesteld dat het gekkenwerk is. Hij passeert het busje van Antonio Salutini, een collega van Parolini, en bedenkt zich geen moment. Hij pakt zijn fiets, stapt in en ziet tot zijn grote verbazing dat zeven renners hetzelfde hebben bedacht en besloten. Er wordt geschreeuwd van de kou in het busje, en wanneer de lichamen weer tekenen van leven vertonen en gaan tintelen, wordt er gehuild van de pijn. Het overvolle busje schudt ervan. Parolini treft een huilende Johan van der Velde aan, die zegt dat hij ermee stopt. Parolini denkt aan de verdiensten van de paarse trui, toch ook zijn verdiensten, en antwoordt dat dat niet kan. Hij trekt zijn eigen trui en jack uit, geeft die aan Johan in de hoop dat ze hem overtuigen. Maar de kopman van de Gis-ploeg is door geen duizend verzorgers nog op de fiets te krijgen. In zijn T-shirt keert Parolini onverrichter zake terug naar zijn eigen auto.

Inmiddels hebben Johan van der Velde en de andere renners in het busje collega’s zien passeren die helemaal droog zijn. Die hebben kennelijk ook een goed heenkomen gezocht en daarna hun weg vervolgd. Salutini start de motor en rijdt met het busje naar beneden. Op drie kilometer voor de eindstreep draait hij een klein weggetje in. Hij parkeert de wagen achter een boerderij en uit het zicht. De meeste renners springen met fiets en al te voorschijn om de laatste kilometers op twee wielen af te leggen. Johan twijfelt. Hij vindt dat dat niet kan. Maar het ergste dat hem kan overkomen, is diskwalificatie. De deelnemers die de hele weg op de fiets hebben afgelegd, zijn inderdaad woedend en een enkeling dient een protest in. Maar de jury ziet af van diskwalificatie. De Giro zou in één klap een derde van het deelnemersveld kwijt zijn. Een paar dagen later meldt een motoragent zich bij Gis-ploegleider Bartolozzi. Hij heeft een regenjack, een muts en een paar handschoenen bij zich. Gewassen, gestreken en keurig opgevouwen.

uit: ‘Langs het ravijn’ van Bart Jungmann

~ door wernermaes op 30 mei 2008.

Eén reactie to “Passo di Gavia 1988”

  1. Wat een fantastisch stuk heb je geschreven. Ik heb het indertijd alleen via het journaal gezien deze beelden.

    Indrukwekkend tot en met.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

 
%d bloggers op de volgende wijze: