Ed Hoornik (1910-1970): Ik ben de kleine dochter van Jairus

Ik ben de kleine dochter van Jaïrus.
Ik lig hier op een veel te grote baar.
De dood zit in mijn ogen en mijn haar,
dat, nu de krul er uit is, zonder zwier is.

Ik mis mijn pop, die nu zij niet meer hier is,
slaapt als ik slaap, de vingers in elkaar.
ik weet dat twee maal twee tezamen vier is,
maar nu ik dood ben, is dat niet meer waar.

Waarom had ik daarstraks ook weer verdriet?
Er zou een man, die toveren kon, komen,
mij beter maken, maar toen kwam hij niet.

De mensen op het dak en in de bomen
gingen naar huis, maar ík blijf van hem dromen.
Morgen ben ik de eerste die hem ziet.

Uit: Het menselijk bestaan (Daamen’s Uitgeversmaatschappij, ’s Gravenhage, 1952)

~ door wernermaes op 25 augustus 2008.

2 Reacties to “Ed Hoornik (1910-1970): Ik ben de kleine dochter van Jairus”

  1. wat onwerkelijk, maar wel een goede boodschap

  2. Dit schitterende gedicht was oorspronkelijk:
    ………..
    er zou een man komen die toveren kon
    en mij genezen, maar toen kwam hij niet.

    De mensen in de straat en op de daken (dat gebeurde vroeger)
    zijn naar huis, maar ik, ik blijf hier waken.
    Morgen ben ik de eerste die hem ziet.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

 
%d bloggers op de volgende wijze: