Woord van de week: rabauw

ra·bauw
de (m.); -en; -tje
(1285 `sjouwerman, landloper, boef’) <Oud-Fr. ribau(l)d

1 · landloper, vagebond, rondtrekkend bedelaar
2 · ruw, losbandig persoon
2 a iem. van laag allooi
2 a rare, lompe rabauwen
3 · schelm, schurk, galgenaas
3 · rabauwen van jongens
4 · soort van winterappel, grauwe renet

Advertenties

~ door wernermaes op 30 september 2008.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

 
%d bloggers liken dit: